Anousha Nzume over haar nieuwe boek ‘Hallo witte mensen’

In bovenstaande video wordt Anousha Nzume geinterviewd door Alphonse Muambi (ze houden het een uur vol! De vorige keer liep Muambi’s gespreksgenoot weg). Het gaat over haar nieuwe boek ‘Hallo witte mensen’. Gaan we er even voor zitten?

Gepest

De eerste twintig minuten gaan over Nzume’s kindertijd (toen ze nog Anna Steijn heette). Ze kwam vrij jong vanuit Rusland naar Nederland. In Amstelveen werd ze in groep 3 zwaar gepest. Ze aardde vanwege haar socialistische Russische nest niet goed in het Amstelveense milieu met kleine zelfstandigen. De pesterijen gingen zelfs zo ver dat Nzume aan een boom werd vastgebonden. Ook leraren deden mee. Vanuit huis kwam geen hulp; Nzume besloot om haar moeder, die een drukke baan had aan de universiteit, niet met haar eigen ellende te belasten. De oorzaak van het gepest? Haar huidskleur. Hier is Nzume van overtuigd, al vormt het kennelijk voor anderen geen bron van pesterijen. Een ‘ander bruin jongetje’ uit haar klas werd niet gepest, maar deed juist mee aan de pesterijen. Ook haar broers, die er hetzelfde uitzagen, werden niet gepest. Zij waren juist bijzonder populair op school.

Ondanks deze tegenstellingen legt Nzume de schuld van de pesterijen bij het racistische karakter van de andere kinderen. Wat wil je, als hun ouders de Telegraaf lezen? Zoals ook mensen in de huidige tijd ‘bepaalde ideeën over Moslims en vluchtelingen krijgen’ door het journaal te kijken en genoemde krant te lezen. Nzume is door deze periode in haar leven gevormd. Ze weet nu hoe hardnekkig ‘culturele aannames’ kunnen zijn en wat voor invloed deze aannames hebben op mensenlevens. Na een klein halfuur over haar verschikkelijke jeugd te hebben gepraat, hoe ze benadeeld is door het institutioneel racistische Nederland, eindigt ze met ‘ik ben allesbehalve slachtoffer’.

Hallo witte mensen

In haar boek confronteert Nzume de lezer met de andere kant van de racistische medaille: de ‘white privilege’-constructie die overal in Nederland schuilt. Want als we het hebben over kunst, dan bedoelen we Rembrandt. En niet over kunst uit het Midden-Oosten, want dat zien we als ‘oosterse kunst’. Congolese muziek wordt niet eenvoudig als ‘muziek’ aangeduid, maar als ‘wereldmuziek’. Nzume ziet deze geografische onderverdeling als graadmeter van iets heel anders: blanke superioriteit. En die macht wil ze aanpakken.

Waar is die macht dan merkbaar? Bij de ‘powers that be’. Macron, Rutte: wit, mannelijk, heteroseksueel, cisgender, valide (???) en voor hun succes is onze hele westerse maatschappij ingericht. En het is die rijke westerse maatschappij die Afrika uitbuit. Bomen kapt. Grondstoffen steelt. Het punt dat ze wil maken in haar boek: ongelijkheid is niet nodig. We kúnnen allemaal gelijk zijn. Als we het maar willen.

Van blank naar wit

Zowel in de titel van het boek als gedurende het gesprek wordt er steevast gesproken over ‘witte’ mensen. Blank mag namelijk al een tijdje niet meer. Blank heeft namelijk een positieve connotatie, aldus de hoofdredacteur van de NOS. Volgens Nzume verwijst het woord blank terug op een ‘koloniaal, extreem heftig, pijnlijk, gewelddadig verleden. Die koloniale denkkaders hebben nog steeds effect op onze kinderen van kleur. Die kunnen namelijk nog steeds geen stage krijgen’, zegt Nzume letterlijk, ‘wij zijn tussen aap en mens en mogen daarom vernederd, uitgebuit, verkracht,  vermoord en verhandeld worden’. Dat is waarom ze een hekel heeft aan het woord blank.

Het gesprek wordt interessant wanneer de interviewer Nzume erop wijst dat de macht in landen als Kameroen en Congo tegenwoordig bij de Afrikanen zelf ligt, wat ze er niet van weerhoudt om elkaar uit te moorden. Maar Nzume kan dat soort vragen in een reflex beantwoorden: de machthebbers zijn daar neergezet door een neokoloniaal systeem, en ze krijgen steun van de witten. Dus zelfs dán is het nog de schuld van de blanke mens.

Conclusie

Het is makkelijk om elke keer wanneer je in het leven benadeeld wordt, het te gooien op ‘institutioneel racisme’. Het is een makkelijke uitvlucht, maar over het algemeen ongegrond. Verder dan ‘het zou kunnen’ komt Nzume niet, aangezien institutioneel racisme zeer moeilijk te bewijzen is. Het feit dat ze gepest is als kind, heeft duidelijk diepe wonden geslagen. Kinderen kunnen -net als volwassenen overigens- verschikkelijk zijn. Dat wil echter niet zeggen dat ze racisten zijn. Nzume vindt van wel, maar kan hier geen bewijs voor leveren. Ze levert enkel bewijs dat het tegendeel waar is, gezien haar klasgenootje en haar broers.

Nzume wil het institutioneel racistische westerse systeem bestrijden. Het is niet duidelijk hoe ze dat wil bereiken. Wel is het duidelijk dat ze gedurende elke seconde van die strijd haar verongelijkte slachtofferrol met trots zal vervullen. Wij wensen haar veel succes en wijsheid in haar strijd, ze zal het nodig hebben. Afsluitend Morgan Freeman over racisme: