Marianne Zwagerman over laag opgeleiden

“Hier ga ik je corrigeren!” “Dit mag je nooit meer zeggen. Want dat is namelijk mijn belangrijkste oplossing. ‘Lager geschoold personeel’ wil ik vandaag voor het allerlaatst gehoord hebben. Onbedoeld zetten wij een ongelofelijke groep vakmensen die dingen kunnen die wij nooit zullen kunnen weg als laag. Woorden zijn heel krachtig. Dus mijn allerbelangrijkste oproep is: stop met mensen laag opgeleid noemen. Ze zijn práktisch opgeleid. Dat is niet slechter dan theoretisch opgeleid. Jíj bent advocaat, jíj kunt heel goed boeken lezen. Gefeliciteerd. Maar jij kunt geen auto repareren. Als mijn Range Rover straks niet start, heb ik helemaal niets aan boeken. Dan heb ik iemand nodig die met z’n handjes kan werken.”

“Dit is zó belangrijk. Ik roep het tegen mensen in de politiek. Je bent praktisch opgeleid, of je bent theoretisch opgeleid. Maar er zijn talloze mensen die wij van ons belastinggeld theoretisch opleiden die niks kunnen, die studeren vrijtetijdsmanagement. Die betalen wíj, van ons belastinggeld. En die mensen zijn de rest van hun leven hoogopgeleid. En die kunnen tegen een kapper en een automonteur zeggen: ‘Oh jij bent laag, want ík heb gestudeerd’. Wat voor debiel land hebben wij gemaakt met z’n allen.”

“Het gaat er niet om dat je ze laag opgeleid nóemt, ze zíjn niet laag opgeleid. Weet je wat een automonteur moet leren, hoevaak hij terug moet komen om zijn APK-papieren te houden? De gast die vrijetijdskunde heeft gestudeerd is klaar op z’n 23e. Die hoeft nooit meer bij te leren, want hij leerde al niks. Maar hij is wél hoogopgeleid”.

Hierboven zo’n beetje de integrale tekst die mevrouw Zwagerman eruit gooide tijdens een interview. Haar boodschap: laagopgeleide mensen zijn ook mensen. Gansch deugend Nederland liep ermee weg. We gaan er even doorheen.

Laag opgeleiden

Wat zijn precies laagopgeleiden? Een algemene definitie heeft het over “alleen basisonderwijs”, dat wil zeggen dat laagopgeleiden alleen de bassischool hebben afgemaakt. Gaat het dan over de automonteurs en kappers die mevrouw Zwagerman aanhaalt? Ze geeft zelf aan dat deze mensen hun leven lang moeten bijleren. Ook hebben ze een speciale opleiding genoten. Ze vallen dus helemaal niet onder de definitie van laag opgeleid!

Goochelen met namen

Laagopgeleid mag als woord niet meer worden gebruikt. Want het woordt deugt niet en kwetst mensen. Dus gaan we in plaats daarvan ‘praktisch’ opgeleid gebruiken. Vraag: als ‘laagopgeleid’ een eufemisme is voor ‘dom’, zoals mevrouw Zwagerman zeer duidelijk naar voren laat komen, waarom zou ‘praktisch opgeleid’ dan niet eenzelfde betekenis hebben? Het veranderen van een naam omdat de oude naam als ‘kwetsend’ wordt ervaren, is contra-productief. In plaats van dat je je schouders ophaalt wanneer een doctorandus een automonteur wegzet als ‘laagopgeleid en dom’ (want welke van de twee is in zo’n situatie nou daadwerkelijk dom? Degene die op de ander neerkijkt lijkt me…), wil je de automonteur in bescherming nemen. Want hij hoort er echt wel bij! Heus!

Hypocrisie

Hoe meer je erop blijft hameren dat laagopgeleide mensen ook gewoon in de maatschappij voor vol gezien moeten worden, hoe meer je laat zien dat je éigenlijk niet zo denkt. Want als mevrouw Zwagerman haar Range Rover-specialist daadwerkelijk als gelijkwaardig aan haarzelf zag, waarom haalde ze hem er dan bij als voorbeeld van een laagopgeleide? Waarom nam ze haar schoonmaakster niet als voorbeeld, iemand die wellicht écht laagopgeleid is?

En dan ook nog eens het zinloze gehamer op de studie ‘vrijetijdsmanagement’. Want dát zijn de mensen die écht niet deugen, volgens mevrouw Zwagerman. Wat kun je met zo’n studie eigenlijk worden? Best wat, zo blijkt: manager, ondernemer, beleidsmedewerker, communicatieadviseur, projectmanager of evenementencoördinator. Waarom moet dit de grond in worden getrapt?

Conclusie

Ten eerste heeft mevrouw Zwagerman haar definities verkeerd. Met laagopgeleid wordt over het algemeen bedoeld dat iemand alleen de bassischool heeft gevolgd. En dat is in een land als Nederland nou eenmaal laag opgeleid. Maar een vakman, die ze als voorbeeld gebruikt, is op z’n minst middelbaar opgeleid. Mevrouw Zwagerman pleit er echter voor om deze mensen ander aan te gaan duiden, omdat hun oude term ‘besmet’ is. Waar hebben we dat nog meer gezien? En waar heeft dat ooit daadwerkelijk het gewenste effect gehad? De negatieve connotatie verdwijnt niet wanneer je andere woorden gebruikt, de negatieve connotatie wordt juist benadrukt. En het feit dat mevrouw Zwagerman deze negatieve connotatie zo hoog heeft zitten, laat zien dat haar lage taxatie voor de onderklasse diep zit: kennelijk moet mevrouw Zwagerman ze namelijk gaan verdedigen. Zelf zijn ze daar niet toe in staat. Want daar zijn ze te laagopgeleid voor.

En heel deugend Nederland liep achter haar aan.