Turkije beheert media

De overheid van Turkije heeft een lijstje opgesteld van 15 punten waaraan Turkse media zich dienen te houden. Specifiek gaat het om 15 regels voor de berichtgeving omtrent de Turkse militaire interventie in Syrië (operation Olive Branch). De regels (of ‘verwachtingen’) zijn door de premier en de minister van defensie afgelopen zondag overhandigd aan de pers. De premier gaf hierbij aan dat het ging om een maatregel die bedoeld was om de nationale belangen te verdedigen en niet om onafhankelijke journalistiek in te dammen.

  1. Deze operatie is volledig gericht op het bestrijden van terroristische organisaties en het beschermen van burgers; verslaggeving dient dit te reflecteren;
  2. Buitenlandse media zullen PKK, PYD, YPD en IS-bronnen gebruiken tegen Turkije;
  3. Houdt Turkijes nationale belangen in het achterhoofd bij het beschouwen van buitenlandse media; deze kunnen negatief tegenover Turkije zijn;
  4. Negeer “informatievervuiling” waarbij aanvallen op burgers worden uitgelicht, benadruk dat het leger burgerslachtoffers wil voorkomen;
  5. Benadruk dat de operatie niet alleen tegen PKK en PYD gericht is, maar ook tegen IS;
  6. Geen cameraploegen in gebieden waar gevochten wordt, dit vormt een gevaar voor de soldaten;
  7. Herinner het publiek eraan dat de operatie wordt uitgevoerd met materieel dat in Turkije ontworpen en gebouwd is;
  8. Publiceer geen beelden die Turkse strijdkrachten in gevaar brengen en deel geen informatie over de taktiek die gehanteerd wordt;
  9. Behandel informatie die verkregen is van de vijand als ongeloofwaardig;
  10. Besteed geen aandacht aan protesten tegen de operatie en uitingen van de PKK;
  11. Wees voorzichtig met het behandelen van nieuws over potentiële martelaars;
  12. Neem niet letterlijk buitenlandse bronnen over;
  13. Neem alleen beschouwingen en citaten over van geïnformeerde en ervaren mensen;
  14. Publiceer geen nieuws dat het moraal van de PKK/PYD kan verhogen;
  15. Media dienen contact op te nemen met de vice-premier en de woordvoerder van de AKP om correcte informatie te verkrijgen om daarmee het publiek te informeren.

De lijst is vertaald van het Turks naar het Engels en vervolgens naar het Nederlands. Het kan dus zijn dat de vertaling niet volledig betrouwbaar is.

Samenwerking tussen de staat en de media is in het geval van militaire operaties ook in westerse landen heel gebruikelijk. Zo waren alle Britse kranten op de hoogte van de deelname van Prins Harry aan de oorlog in Afghanistan. De kranten hadden zich echter onderworpen aan een vrijwillig embargo om de eenheid van Harry niet onnodig in gevaar te brengen.

De vraag is of het hier om een vrijwillige samenwerking gaat, en ook valt er inhoudelijk op de vijftien punten een en ander aan te merken. Dat een overheid verklaart wat de missie is van een bepaalde interventie (belangen verdedigen) en haar media opdraagt de Turkse belangen in het achterhoofd te houden, is logisch. Geen beeldmateriaal toelaten maakt het al wat enger, men wil duidelijk niet dat de burger kan zien wat er gebeurt. Wanneer media echter alleen bronnen mogen overnemen die door de overheid als “ervaren en geïnformeerd” zijn aangeduid, wordt duidelijk dat de overheid bepaalt wat er in de krant komt.

Wat er gebeurt met media die kritisch zijn, laat het geval van de Turks-Cypriotische krant Afrika zien. De krant refereerde naar de operatie als ‘tweede invasie’ en haalde daarmee de woede van Erdogan op de hals. Erdogan riep de lokale bevolking op om hier ‘passend’ op te reageren. Van de redactie is inmiddels weinig meer over, de politie stond erbij en keek ernaar. Minstens 24 journalisten zitten inmiddels vast; honderden mensen zijn gearresteerd vanwege uitingen op social media.